Wat je echt wilt (w)eten als foodie in Colombia

Uren en uren heb ik op Pinterest gezeten om mijn reis naar Colombia uit te stippelen (je kan hier mijn bord checken) en ineens was het zo ver: mijn eerste reis alleen naar Zuid-Amerika. Wauw! Er zijn een heleboel dingen te vertellen over Colombia, maar ik richt me hier – hoe kan het ook anders 😉 – op het eten. Spoiler: dat was fantastisch!

Ik heb in Colombia de meest bekende route genomen, met hier en daar een bijzonder uitstapje: Amsterdam – Bogotá – Tatacoa-woestijn – Salento – Medellin – Palomino & Minca/Bonda – Cartagena – Amsterdam.

Deze route is makkelijk en veilig te bereizen met het vliegtuig of de bus. Naast een reis door het prachtige en steeds wisselende landschap van dit enorme land, reis je ook door de verschillende Colombiaanse keukens. Een feest voor elke foodie!

In deze top tien met alles wat je echt wilt (w)eten in Colombia neem ik je mee dwars door het land en alle memorabele foodstops.

1. Bogotá – Ga op Food Tour met Loon

Mijn Zuid-Amerika avontuur begon in Bogotá en ik vond het er prachtig. Zo’n grote stad omringt door hoge bergen, hectiek op de straten en prachtige graffiti. Omdat het mijn eerste keer Zuid-Amerika was besloot ik te beginnen met een Food Tour die ik vanuit Nederland al geregeld had.

Loon zorgt ervoor dat de groep uit maximaal 6 personen bestaat, maar het groepje van 5 dat in mijn tour zat had hun vlucht gemist. Dus kreeg ik een privé-tour door de grootste overdekte markt van Bogotá. Je kan deze ook zonder gids bezoeken (ook prima te doen met oog op veiligheid), maar Loon kent iedereen hier en loodst je precies naar de juiste kraampjes. Echt een aanrader dus!

En, wellicht overbodig, kom met trek! Je gaat ontzettend veel eten, van stevige ontbijtsoep (sancocho) tot empanadas en verschillende soorten fruit waar ik de rest van de reis veel plezier van heb gehad. Het klapstuk was Lechona, een gevuld en geroosterd varken wat een echt Colombiaans feestmaal is. Dit eet je normaal met familie en vrienden op een nationale feestdag en vind je bijna nergens op de kaart in een restaurant.

2. Bogotá – Ga eten bij Leo’s

Restaurant Leo’s stond in 2017 nog in de top 50 van ‘s werelds beste restaurants. Je kan er lunchen en dineren en reserveren gaat makkelijk via de site. Ik koos het 12 gangen menu inclusief bijpassend drankarrangement. Een koopje want ik was in totaal € 85,- kwijt.

Het menu bestaat uit inheemse ingrediënten en traditionele bereidingswijzen, maar dan in een nieuw jasje. Zo at ik cevice van Piracucú, iets met kaaiman en een gerecht met krokantjes van mojojoy. Google die maar even. Het bijpassende drankmenu is ook echt een absolute aanrader en bestaat uit veel meer dan alleen wijn. Zo drink je ook gefermenteerd vruchtensap, rum en bier.

PS: de manier om je te vervoeren in Bogotá is per uber. Spotgoedkoop en door wifi goed bereikbaar. Je kan ook voor een gedeelde uberrit kiezen, zo kom je nog eens op verschillende plekken! En kan je door je medepassagiers gewaarschuwd worden om de rest van de dag binnen te blijven vanwege een opstand ;-).

3. Tatacoa-woestijn – probeer eens een omelet van papegaaienei

Villavieja is een dorpje vlakbij de Tatacoa woestijn, wat eigenlijk een opgedroogd regenwoud is. Voor ik vertrok had ik niet zo’n goed beeld bij ‘een arm dorpje’ in Colombia en ik schrok me dan ook wild toen de taxi voor het hotel stopte. Lekker westers van me. Maar het hotel was meer dan prima en als ontbijt kreeg ik ‘Huevos Pericos’ oftewel: scrambled eggs van papegaaieneitjes met tomaat en lente-ui.

Ik was in het staartje van het regenseizoen op reis en dat was absoluut geweldig. Overal waar ik kwam was het rustiger qua toeristen en zo was mijn tour door de woestijn op een cross-motor in plaats van een suf golfkarretje ;-).

4. Salento – drink je koffie ‘with a view’

Vanuit de 30+ graden vloog ik naar Salento waar het een stuk kouder, natter en dus ook veel groener was. Salento is hét koffiegebied van Colombia en hoewel je zeker niet alleen bent, is een bezoek aan een koffieplantage wel echt super leuk en interessant. Bovendien was alleen al deze heerlijke kop koffie met dit geweldige uitzicht het waard.

5. Salento – La Cabaña Ecohotel

Salento is dus al lang geen verborgen dorpje meer en dat maakt het op zijn zachts gezegd druk en toeristisch. Omdat ik 5 dagen zou blijven boekte ik een kamer bij La Cabaña Ecohotel aan de voet van de berg en dit was de beste beslissing ooit. Elke dag werd ik wakker met een kabbelend beekje, loeiende koeien en kolibri’s op de veranda. Gelukkig zat er een restaurantje bij, want die klim naar boven is misschien 1x leuk maar echt niet elke dag. Vooral omdat je in Salento vaak bent voor iets actiefs: de hike door Cocora valley.

Op de kaart stond van alles wat, maar de gekookte forel uit de beek om de hoek was fenomenaal lekker. Zeker na die lange hike. En misschien ook na die paardrijtocht door te bergen.

6. Medellin – streetfood

De hele stad is me eerlijk gezegd een beetje tegen gevallen. Ik liep er toch niet echt op mijn gemak, het idee dat Medellin tot voor kort nog de ‘moordhoofstad van de wereld’ was gaf me niet echt een lekker gevoel. De ‘veilige’ wijk El Poblado was ook niet echt geweldig, hier komen dus echt alleen maar toeristen en vind je bijpassende restaurants. Wat wél heel lekker is in heel Colombia, dus ook in Medellin, is streetfood! Daar heb ik dan ook maar op geleefd de dagen hier: pasteitjes met aji, empañadas en churros.

7. Palomino – Drink wijn van gefermenteerde ananas

Toen ik in Palomino uit de bus stapte moest ik me beheersen om geen rechtsomkeert te maken. Uiteraard had ik gelezen dat het een klein en arm vissersdorp was, maar ik was niet voorbereid op dit beeld. Een lange straat van de weg naar de zee, door de regen één grote blubberbende met daarnaast hutjes en geïmproviseerde restaurants. Maar wát een heerlijke vibe hier!

Ik heb ontzettend lekkere pizza’s gegeten op een boomstam als krukje met allerlei verschillende soorten home made chilli sausen (heet!) en dronk gefermenteerde ananaswijn bij uit een plastic beker. Waarschijnlijk hier in Nederland niet echt mijn eerste keus, maar man o man, wat was het daar fijn.

8. Palomino – Geniet van gefrituurde vis met uitzicht op zee

Je zit met je tenen in ’t zand en plakt met je billen vast aan een plastic stoeltje. Hoort op de achtergrond de zee beuken (in Palomino staat zo’n heftige stroming dat ruizen er niks bij is) en je koude biertje smaakt het best bij een gefrituurd visje. Met waanzinnig lekkere kokosrijst en voorruit ook die bakbanaan smaakt prima. Dit gerecht is in elke kustplaats te krijgen en een fijne safe optie in Colombia.

9. Bonda/Minca – Fruit!

Aan groente en fruit geen gebrek in Colombia en dus krijg je naast eieren ook standaard een berg fruit of sapje bij je ontbijt. Heerlijk! Ook handig om mee te nemen op reis en zo altijd wat te eten te hebben onderweg of bij aankomst. Dragonfruit & Guarapo (sap van suikerriet) zijn mijn absolute favoriet. En mocht je de kans krijgen om de cacaovrucht te proeven dan is dat echt een must. Die is hartstikke zoet. In Bonda ging ik naar een cacaoplantage en dat was een feestje op zich.

10. Cartagena – Probeer wat ruimte over te houden om te genieten van luxe restaurants

Cartagena schijnt de foodhoofdstad van Colombia te zijn. Daar heb ik zelf wat minder van gemerkt, omdat ik doodmoe was bij deze laatste stop… oeps, haha. Cartagena vond ik wel mooi, maar vooral heel heet en een stuk toeristischer. Hier stoppen ook de grote Amerikaanse cruise schepen, met als voordeel dat je hier ook wel even lekker gezond kan eten. Als ik nog een keertje terug zou gaan naar Colombia sla ik Cartagena waarschijnlijk over. Maar mócht ik er nog eens komen dan staat eten bij Carmen met stipt bovenaan de lijst.

Tekst & fotografie: Bo Blitz

Bo maakt onderdeel uit van het team van Francesca Kookt, meer over haar kun je hier lezen.

Eetkalender 2020
Dé familiekalender met 250 recepten en 53 weekmenu's

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *