Appeltaart

Vandaag deel ik met jullie het recept voor mijn appeltaart. Want volgens mij heeft iedereen wel zo z’n eigen versie op deze taart. Met of zonder custard, met of zonder extra specerijen, met of zonder nootjes, etc. etc. Bij ons thuis was appeltaart een standaard wanneer er iemand jarig was. Ik vind de appeltaart van mijn moeder dan ook de allerlekkerste, maar zij heeft ook heel vaak mogen oefenenen!

Naast de appeltaart van m’n moeder heb ik op zoveel plekken appeltaarten gegeten in verschillende soorten en smaken, en daar zaten zowel hele lekkere als minder lekkere bij. Met van die slappe bodems of totaal geen smaak of juist veel te dikke bodems, ik heb ze allemaal voorbij zien komen. Uit al die keren proeven en eten van appeltaart heb ik nu mijn eigen versie. Die is eigenlijk ontstaan toen ik samen ging wonen en ik voor elk van onze verjaardag deze appeltaart heb gemaakt. Die viel goed in de smaak en ik heb zo het idee dat er nog veel verjaardagen komen dat ik deze taart weer ga bakken. Zo moeder, zo dochter blijkt…

Wat je nodig hebt voor 10-12 personen:

  • 2 eieren
  • 220 gr boter + om in te vetten
  • 400 gr zelfrijzend bakmeel (of meng 500 gr bloem met 1 zakje (15 gram) bakpoeder en gebruik hier 400 gram van)
  • 200 gr basterdsuiker
  • 8 gram vanillesuiker (1 zakje)
  • snufje zout
  • 75 gr suiker
  • 3 tl kaneel
  • 1500 gr appels (mijn voorkeur gaat naar zoetzure goudrenetten)
  • 50 gr gemengde ongezouten noten
  • 3 el paneermeel

    extra:

  • springvorm van 26 cm
  • deegroller

Wat je gaat doen:

Bereidingstijd: 45 min + 60 min oventijd

  1. Verwarm je oven voor op 170 graden.
  2. Klop de eieren apart van elkaar los en vet de bakvorm in.
  3. Meng in een kom de boter, zelfrijzend bakmeel, basterdsuiker, vanillesuiker, snufje zout en 1 losgeklopt ei. Kneed het vervolgens goed totdat er een compact deeg ontstaat. Kneed het deeg goed door voor zo’n 5 minuten. Het deeg moet uiteindelijk niet te droog zijn maar ook niet te nat. Het moet compact zijn maar niet uit elkaar vallen of bijna niet te breken zijn. Te droog? Voeg dan wat extra boter of ei toe. Te nat? Voeg dan nog wat extra zelfrijzend bakmeel toe. Verdeel het deeg in drie delen en leg het afgedekt in de koelkast.
  4. Maak nu de kaneelsuiker door de kaneel met de suiker te mengen. Schil vervolgens de appels. Je houdt ongeveer zo’n 1250 gram over na het schillen. Snijd de appels vervolgens in schijfjes of blokjes en meng met de kaneelsuiker en de nootjes.
  5. Haal 1 deel van het deeg uit de koelkast en bestuif je ingevette bakvorm met wat bloem. Verdeel het deeg over de bodem van de bakvorm. Hiervoor kun je het eerst uitrollen met de deegroller, dan gaat het wat sneller en makkelijker.
  6. Dat geldt ook voor het 2e deel deeg en die gebruik je voor de randen. Zorg dat het deeg overal aansluit en ongeveer even dik is.
  7. Strooi het paneermeel over het deeg op de bodem, dit neemt de vocht uit de appeltjes op en zorgt er voor dat je bodem niet sompig wordt.
  8. Doe de appelschijfjes of blokjes nu in de vorm. Je kunt ze heel netjes stapelen, maar dat is geen must 😉
  9. Haal het laatste deel deeg uit de koelkast en rol deze uit. Snijd hier stroken van en leg die kruislings over de taart. Bewaar ook wat stroken om de randen dicht te maken.
  10. Bestrijk met het tweede losgeklopte ei het deeg en schuif dan voor 60 minuten in de oven. Test dan met een satéprikker of de taart gaar is. Als die er droog uitkomt is het goed. Laat de taart nog even afkoelen voordat je ‘m uit de vorm haalt.

Hopelijk gaan jullie net zo genieten van deze appeltaart zoals ik vaak genoeg doe, en ik ben natuurlijk hartstikke benieuwd wat jullie favoriete variant is dus laat dat vooral weten in de reacties 🙂

De laatste Eetkalenders
nu voor slechts € 14,95 incl. verzendkosten!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties over “Appeltaart”

  1. Goeiemiddag allemaal! Ik ben niet zo’n zoetekauw, maar ‘n tijdje geleden kwam over ‘n langere periode steeds *Appeltaart!…..Appeltaart!* door. Ik heb er eentje gemaakt in zo’n klein springvormpje, ongeveer volgens Francesca’s recept (wat ‘n toffe peer(in) is het toch, hè)! Afgekoeld en wel heb ik mij ge-installeerd…een hap genomen, en….. om nou te zeggen dat-ie niet te eten was, nee… maar eigenlijk hingen de verschillende ingrediënten -lees: smaken- als los zand aan elkaar. Zwaar teleurgesteld in de koelkast gemikt. Anderdaags toch maar een puntje genomen, en…… fan-tas-tisch, een symfonie van smaken. Toen herinnerde ik me de woorden van mijn lange tijd geleden verschreden moedertje: “Zoals bij indisch eten heeft ook appeltaart rust nodig om de smaken tot elkaar te laten komen”…. Dank je wel voor je recept, ik ga m’n minispringvormpje alvast inboteren!

  2. Goedemiddag! Om nog meer smaak te krijgen voeg ik altijd aan mijn appeltaart toe:
    1. rozijnen. Dat is natuurlijk normaal, maar ik laat ze zo’n 3 a 4 dagen wellen in rum (die lange tijd bevalt nog beter dan bijvoorbeeld slechts een paar uur). Bijvoorbeeld Stroh rum, regelmatig in de aanbieding bij de supermarkt.
    2. jam. Deze verwarmen, en dan binden met wat overgebleven rum . Iets laten afkoelen en dan mengen met de appelstukjes,
    3. amarena kersen. Hoeft niet zo veel te zijn, even klein snijden. Een beetje amarenasap kan eventueel door het jammengsel, dit maakt het echter nog zoeter.
    4. gehakte walnoten. Ook door het appelmengsel.

    Dan natuurlijk geen suiker aan appelmengsel toevoegen.
    Voordelen: een uitgesproken smaak van de appeltaart door de rum – smaakcontrasten door de amarea kersen, die zoete bommetjes zijn, maar heel lekker – en (modewoord) de bite via de gehakte walnoten. Als het ware de finishing touch.
    n.b. Kinderen kunnen m.i. rustig van de taart eten, want de alcohol in de rum vervliegt toch, zo heb ik begrepen.
    Groet, Ruud Frugte

    1. Amandelschaafsel doe ik alleen als topping, omdat het anders erg zacht wordt in de vulling. Wil je wel amandelen gebruiken, doe dan hele amandelen die je grof hakt en dat combineert goed met de appel.